‘Nooit meer op visite bij je ouders’

Ik kom regelmatig bij mensen over de vloer die al wat meer op leeftijd zijn. Velen hebben hun pijntjes en beginnen lichamelijke gebreken te vertonen. Velen zijn nog optimistisch of proberen dat te zijn. Velen zijn daarentegen ook gewoon eenzaam en vullen hun dag met activiteiten die niet bepaald enerverend te noemen zijn.

Eenzaamheid

Een groot gedeelte van de Nederlandse ouderen geeft aan eenzaamheid te ervaren. Ik denk dat mijn oma, zij is op negenennegentigjarige leeftijd overleden, daar ook onder viel. Mijn oma echter kreeg nog best veel aanloop. Dagelijks kwamen de kinderen langs en ook enkele kleinkinderen kwamen nog regelmatig langs. Tevens had ze nog enkele leeftijdsgenoten waar ze af en toe mee om ging in het verzorgingstehuis waar ze verbleef. En toch klaagde ze en was ze eenzaam. Het zette mij aan het denken.

Eenzaamheid heeft blijkbaar niet persé te maken met het aantal contacten dat je hebt gedurende de dag of week. Ik kan nog meer mensen opnoemen die echt wel contacten hebben, maar toch eenzaam zijn. Ik kan echter ook mensen opnoemen die weinig contacten hebben, maar niet eenzaam zijn.

Connected?

Eenzaamheid. Wat is de reden tot eenzaamheid? Als we naar het woord ‘eenzaam’ kijken, betekent het dat je je alleen voelt. Je voelt je dus geen onderdeel van een groter geheel. Je voelt je niet verbonden. In een tijdsperk waarin iedereen altijd ‘verbonden’ lijkt te zijn, is dit heel schrijnend en hebben we met sociale media een surrogaat verbondenheid gecreëerd die grote gevolgen lijkt te hebben voor onze samenleving.

Gedurende een activiteit hier in de wijk kwam ik toevallig in gesprek met Marja, een eindredacteur van één van Gouda’s kranten. Zij omschreef precies waar ik ook in geloof. Ik kende haar totaal niet, dus ik heb geen idee hoe zij aan deze wijsheid kwam, maar ze omschreef precies de waarde die we nodig hebben, maar waarvan we veelal niet weten hoe we die moeten invullen. Ze zei zoiets als: ‘Ja, het is volgens mij ook de bedoeling om in gemeenschap te leven.’

Samenleven

Precies. Leven in gemeenschap. Leven in verbondenheid. Dat betekent dat je dingen gemeenschappelijk hebt en doet. Om dingen gemeenschappelijk te hebben en om dingen gemeenschappelijk te doen, moet je elkaar regelmatig zien, spreken, voelen en met elkaar lachen en huilen. Een gemeenschap met anderen zijn gaat veel verder dan samen vergaderen. Het gaat zelfs verder dan samen werken. Het is een samenleven.

Bij mensen waarmee je samenleeft, ga je niet meer op visite. Je hebt geen wekelijkse of maandelijkse visites met mensen waarmee je samenleeft. Ik zie dat verschil duidelijk in de relatie met mijn ouders en in de relatie met mijn oma. Bij mijn oma ging ik op visite, bij mijn ouders loop ik gewoon binnen en zij bij mij. We werken er steeds meer naartoe dat we samenleven, een gemeenschappelijk doel hebben en steeds meer elkaars hart raken.

Eenzaamheid. Mensen die in verbondenheid leven. Hun hart kunnen delen met elkaar en samenleven en samenwerken, zullen minder snel eenzaam zijn. Dat geloof ik echt. Als we ons best doen meer verbonden te zijn met alle generaties in de familie, zullen we er ook veel meer plezier en kracht uit halen. Allemaal. We zijn immers, zoals Marja zei, bedoeld om in gemeenschap te leven.

Ik gun het daarom iedereen dat je niet meer op visite gaat bij je ouders. Leef met hen in verbondenheid!